Een mensenleven lang lid van RKVVL/Polaris

2011 hebben we wel een heel bijzondere jubilaris…..Tis Bertram….op dit moment ons oudste lid (bijna 87), is 75 jaren lid van onze vereniging…… We zullen hem dit jaar (met de Pinksteren) nog gepast huldigen, maar nu alvast een terugblik van….een mensenleven lang lid van onze club…

In een editie van het toenmalige clubblad van RKVVL uit 1972 beschreef oud geestelijk adviseur Ad van Heijst hem reeds als een van de beste voetballers die VVL ooit heeft voortgebracht. Alleen de echte oude garde zou dat nu nog kunnen beamen dat Tis Bertram, oud-aanvoerder, trainer en voorzitter, inderdaad tot deze edele categorie behoorde. Bekend om een vermaard spelinzicht en organisatorische kwalitei­ten. Hij werd op 21 mei 1924 geboren en ging als klein jongetje aan de hand van zijn oudere broers naar VVL aan de Bilserbaan kij­ken. Hij woonde in Blauw Dorp dat deel uitmaakte van de Lam­bertusparochie. VVL voetbalde destijds nog in de Katholieke-IVCB-bond en speelde voor duizenden mensen om het kampioenschap van Neder­land. Louis Dassen en Charles van Haaster waren destijds de grote man­nen. Midden jaren '30 begon hij als keeper in de jeugd van VVL. VVL had drie jeugdteams, ingedeeld op leeftijden. De oude heer von Berg organiseerde in die periode veel voor de jeugd en ze gingen al voetballend over straat en weiland naar de wedstrij­den toe.

Oorlog

Tijdens de oorlog werd toch gevoetbald. Hij speelde inmiddels als rechtsbuiten in het 2e. Dat was in 1941. Na een wedstrijd thuis met VVL 2 stond het 1e maar met 10 mensen. Wanneer het 1e spee­lde bleef je automatisch hangen. Je nam een paar extra boter­hammen en een appeltje mee en stond langs de lijn te kijken. Als linksbuiten mocht hij invallen, nog wel tegen het 2e van MVV. Hij kreeg maar een paar bruikbare ballen en bakte er weinig van. Buner, een oudere speler, zei nog: "Dat wordt nooit iets met dat Jong". Hij kende zijn naam niet eens. Hij bleef dus voor de rest van de oorlog voorlopig in het 2e spelen. Zo ook die mid­dag tegen Gronsveld uit in 1943. Ze verzamelden zich om 10.00 uur bij het café van Sjeng Rouvros aan het Orleansplein en gingen met kar en paard naar Grons­veld. Bij een 16-0 achterstand scoorden onze mannen. Het doelpunt werd goedgekeurd maar de spelers van Groesselt gingen de scheidsrechter te lijf omdat zij hun "grootste" zege in gevaar zagen komen!"

Daar hij in de oorlogstijd op een gegeven moment niet meer in Duitsland wilde werken dook hij onder aan de "Zwingeleput" samen met Fèr Timmermans, een andere bekende VVL'er uit zijn tijd. Toen was er uiteraard weinig te voetballen. Na de bevrijding meldde hij zich direct aan als beroepsmarinier. In 1947 kwam hij pas weer thuis. Daar hij deel had uit­gemaakt van het marinierselftal vroeg Pol den Hoed hem in 1947 terug in VVL 1. Zijn 2e VVL-carrière kon begin­nen. Tussen 1947 en 1958 heeft hij nog maar weinig wedstrijden in VVL 1 gemist. Vele promoties en degradaties meegemaakt. Hij debuteer­de tijdens het befaamde Zilveren Bal toernooi van Kimbria aan 'De Kompen' als rechtsbuiten onder Den Hoed, maar werd al snel naar achteren gehaald en speelde sindsdien altijd als stopper (laatste man). In zijn laatste jaren altijd als aan­voerder. Hij speelde lange tijd samen met Fer Timmermans, een doorzetter van formaat, maar ook met bijvoorbeeld een Henny Bastiaens om eens een "recentere" naam te noemen. Ook heeft hij nog getraind onder Char­les van Haaster en Charles Siezenis die beiden van MVV kwamen. Maar ook onder de een of andere ondui­delijke Tsjech. Standaard en Kimbria waren als vanouds de aartsrivalen. In het seizoen 1951/1952 werden we kampioen in de 4e klasse KNVB. Van het dage­lijks bestuur van de supportersver­eniging kregen ze uit handen van Jacques Schoonbrood een kampioenselftalfoto aangeboden. Het elftal bestond uit: Sjerke Pleumakers, Breur van der Horst, Fer Timmermans, Lenssen, Dré Niesten, Wumke Kramer, Dre Wintjens, Chrit Scheeren, Dré Vroe­men, Leo Duckers en Tis Bertram. In 1955 werd gepromoveerd naar de 2e klasse, zonder kampioen te worden. Een wit-blauwe asbak werd als herinne­ring aangeboden!'

Andere herinneringen

Door de hele vereniging hing er een sfeer van vriendschap en kameraadschap. Je was de hele week met het voetbal bezig en dacht nauwelijks aan iets anders. Had je verloren had je de hele week kromme zin. Je moest op een kastje op de hoek van het Emmaplein kijken in welk elftal je moest spelen, hoe laat, tegen wie, of je wel opgesteld stond en of de wedstrijd mis­schien was afgelast. Ze trokken samen de lijnen, maaiden samen het gras. Leden­vergaderingen werden door 100 mensen bezocht, carnavals­zittin­gen puilden uit. Het was een andere tijd, aldus Tis Bertram en natuurlijk wil en kan je niet gaan vergelijken. We betaalden 50 cent contributie en trainden 2 maal per week. Soms waren er kleed­lokalen, soms niet. Douches bestonden niet. Meestal stond er een teiltje koud water op ons te wachten na afloop. In een oude tas had je het door familie gemaakt en genaaid pakje geduwd. Zo ging je naar de wedstrij­den. Op zondag kwamen ze om half 12 bijeen bij kape­laan Funken, die daarvoor pas de Heilige Mis had opgedra­gen, en kregen ze allen een jonge jenever. Dit zou goed zijn voor de te leveren pres­taties op het veld. Hadden ze uitwed­strijden dan was Jacques Devens hun vaste chauffeur van de autobus die door Seegers geleverd werd. Sponsors bestonden niet. Al kan hij zich herinneren dat ze bij een uitwedstrijd tegen Wilhelmina alle­maal Fl. 2,50 in onze jaszak vonden. Men maakte altijd ple­zier, waren altijd aan het lachen, maar op het veld moest gewonnen worden. Alle vrouwen kwamen meestal kijken en in het clublokaal "Aux Arcades" was altijd wel iets te vieren.

Club­liefde stond hoog in het vaan­del. Je ging gewoon niet naar een andere club. Dat deed je niet. Of je ging als prof bij MVV spelen, dat werd nog gepikt. Het kwam wel eens voor dat team­genoten weggingen, maar zeldzaam. Tis kon dat nooit begrijpen. Ook niet dat bijvoorbeeld Sjef Penders van aartsri­vaal Standaard naar VVL kwam. Afmelden voor een wedstrijd op zondag bestond ook niet. Je wilde toch voetballen. Zijn dochter werd bij­voorbeeld in de nacht van zaterdag op zondag voor een wed­strijd tegen Stan­daard in het ziekenhuis geboren. “Ik had al kunnen regelen dat ik toch een helft zou kunnen spelen. Staan ineens twee spe­lersvrouwen voor het kraam­bed. Tis ga toch maar spelen, dan houden wij alles in de gaten. Ik was al lang blij.”

Nog meer leuke anekdotes uit die tijd

Alleen zijn "gedwongen" afscheid in 1958 is al een verhaal op zich. Het was thuis tegen Groene Ster toen hij een gecompli­ceer­de beenbreuk opliep. In die tijd waren er nog geen bran­cards, dus wat deed men? De deur van het kleedlokaal aan de Bilserbaan werd eruit gehaald, hij werd erop gelegd en zo naar het zieken­huis getransporteerd. Of de wedstrijden tegen Mar­sanna uit Meerssen. De lezer moet zich voorstellen dat men onder relatief primitieve omstandighe­den moest voetballen. Maar daar in Meerssen was het zeer primitief. In een café, wel 2 kilometer van het veld moesten we ons omkleden om vervol­gens langs landweggetjes en sluipwe­gen het veld te bereiken. Toen moesten eerst de koeien van het veld en de tijd ontbrak om de "koeieflatsen" van het veld te ruimen. Dat was dus voet­bal op zijn boers. Trouwens, het ging er altijd hard aan toe tussen de boeren en ons. Tegen Stan­daard en Kim­bria werd er ook geschoffeld maar nooit echt gevochten. Tegen Marsanna (Meerssen) thuis was het echter wel raak. We moesten op de vlucht voor de boeren en sloten ons op in het eigen kleedlokaal. En die grote boeren maar bonken op de deuren. Na 10 minuten werd het ons te gortig. Leenhouts opende plotseling snel de deur, een aantal boeren vielen letterlijk de deur binnen zodat we deze effetjes van katoen konden geven. Voordat de boel finaal uit de hand kon lopen werd de zaak gesust door de politie.

Ook legenda­risch waren onze uitstapjes naar Verneuille bij Parijs. Daar zijn we een aantal malen op een toernooi te gast geweest. Britse, Duitse en Franse ploegen. Hebben we nog ge­wonnen. Een paar dagen gingen we dan op stap met de bus. Zonder vrouwen want dat werd te duur. Kregen we een rondlei­ding door Parijs. Dat was mooi en er waren van die typische gezellige Franse kroegjes. Die doken we dan in, kwamen plotse­ling onze Britse tegenstanders allemaal gegroepeerd langs ren­nen. Waren die nog aan het trainen. Wij allemaal zwaaien met ons bier en wijn in de hand. Onvergetelijk, dus!

Of die keer dat we voor de finale van het Zilveren Bal toer­nooi met z'n allen van de "Kompen" naar de Hertogsingel liepen om daar bij Ma Dassen een broodje te eten en met z'n allen in voetbalschoenen over de Perzische tapijten liepen als voorbe­reiding op de finale!"

Na zijn actieve voetballoopbaan is Tis Bertram nog enige jaren bij VVL betrokken geweest. In het seizoen 1959/1960 als trainer, en tot 1963 in bestuursfuncties en elftalcommissies. Hij is zelfs nog een tijdje voorzitter ad interim geweest. Maar het trainersvak trok hem zodanig dat hij een kijkje buiten VVL wilde nemen. Zo is hij trainer van Bie­sland en van vooral Belgische clubs geweest. Vlijtingen heeft hij bijvoorbeeld van de 2e provinciale naar de 4e nationale klasse gebracht”. Nog altijd volgt hij VVL, zoals zo vele oud-leden nog elke maandagmorgen wanneer hij naar alle uitslagen van alle teams in de krant kijkt.